Alles over onze muziekkorpsen en showbands

Na afschaffing van de dienstplicht en het opheffen van de dienstplichtige, fanfare, tamboer en jachthoornkorpsen was dat voelbaar bij de  muziekverenigingen.
Het professionele kader heeft een enorme invloed gehad in de ontwikkeling van de gehele amateursector, daarnaast speelden dienstplichtige muzikanten eerst 21  en later 18 maanden een belangrijke factor, zij brachten  een enorme ervaring mee naar hun eigen vereniging. Het was niet alleen de techniek muzikaliteit maar zeker ook de discipline die eigen was gemaakt en automatisch zijn invloed had op zo'n vereniging.  Ook het inkrimpen van de beroeps orkesten heeft nadelige gevolgen gehad op de ontwikkeling van de amateursectie. Door de schaarste kwamen de verenigingen  minder in de openbaarheid. Het publiek wat de concerten bezocht is maar een klein deel van de bevolking. Dit ligt anders als men optreed in de openbaarheid. Laten wij eerlijk wezen orkesten zoals eerder genoemd, maken tijdens taptoes,   maar ook tijdens een defilé (Veteranendag en Prinsjesdag een geweldige indruk. Verminderde subsidie voor amateurkunst steeds is er debet aan dat korpsen op andere wijze hun begroting dekkend moeten maken. Ook muziekscholen kampen regelmatig met te korten of kunnen niet leveren wat zij graag zouden willen.
Het slechtste voorbeeld is, dat men zich in laat huren voor een of andere reclame spot waar korpsen zich in mijn ogen belachelijk maken en waar wel de fabrikant, maar niet de vereniging beter van wordt, met als enige effect dat dit het imago van onze korpsen schade aanricht. Logisch dat als men niet beter wist geen lid van zo'n korps zou willen zijn. Ook de pers laat zich vaker meer negatief  dan positief uit.  Wanneer men het over "Hoempa muziek" heeft omdat zij het verschil niet zien in een dweilorkest en een Harmonie Fanfare of Marchingband. 
Hieruit mag men  concluderen dat de pers totaal geen oog heeftvoor onze amateurmuziek, laat staan waardering voor deze vorm van cultuur. Als men op maandag de krant leest dan is sport nummer één maar een taptoe waar 2000 man publiek op afkomt, is vaak geen aandacht voor. Anders is dit in het buitenland waar Nederlandse korpsen  wel die  waardering krijgen die zij verdienen en een graag geziene gast is..

 
Marinus Vuijk

Even voorstellen

Marinus Vuijk geboren op 15 mei 1940 te Middelburg, Op zeven jarige leeftijd marcheerde ik naast de grote tromslager van de muziekvereniging Cresendo.
Mijn taak bestond uit het vasthouden van het muziek boekje, de grote trom werd toen nog op de rug gedragen en de grote-tromslager achter de drager liep, hij bespeelde gelijktijdig trom en bekken. (zie foto met grote-tromslager en tromdrager)  
Omdat ik nog te klein was om met een zware trom te marcheren heb ik eerst lessen in het bespelen van de pijperfluit gevolgd, dit was bij het tamboer en pijperkorps Juliana uit Middelburg voortkomend uit de CJMV, en nu het huidige Drum and Buglecorps Juliana.
Toen ik iets ouder was en deel uitmaakte van de  "Paulkrugergroep" als padvinder (nu scouting) werd ik lid van de Padvindersband  in Middelburg.
In 1953 verhuisde wij naar Princehage vlak bij Breda. Mijn vader gaf mij op bij muziek vereniging St Ceacilia, maar kon daar geen lid worden om dat niet katholiek was. Toen werd ik lid van Kunst aan het Volk en later van de Unie in Breda waar ik les kreeg van de heer de Meij oud marinier en later van de heer van de Broeken.  

Op 15 jarige leeftijd solliciteerde ik bij de tamboers en pijpers van het korps mariniers. Daar volgde ik een drie jarige opleiding tot tamboer, met als bijvak signaalhoorn en trompet. Na mijn opleiding werd ik op 18 jarige leeftijd als instructeur voor de hoornblazeropleiding geplaatst op het wachtschip van de Koninklijke marine te Vlissingen. Daar richtte ik het “Tamb oerkorps van de Koninklijke marine” te Vlissingen op. 
Daarnaast was ik instructeur van St-Ceacilia Vlissingen, OKK Westkapelle, en de drumband van. Vlijt en Volharding te Oost Souburg 
en later aan de Koninklijke
Harmonie Ons Genoegen Vlissingen. 

Mede op mijn initiatief werd in 1967 de  Harmonie Ons Genoegen in Vlissingen opgericht die als een van de eerste Drumfanfares in Zeeland genoemd kon worden.
In 1977 werd aan mij het Ere-Lidmaatschap van de Koninklijke Harmonie "Ons-Genoegen" toegekend, de
vereniging waarvan de Delta-Band onderdeel uitmaakt.

In 1975 werd ik geplaatst bij de Van Ghentkazene te Rotterdam geplaatst, waar hij werd belast met de opleiding van tamboers en pijpers. Daarnaast volgde ik een opleiding voor onderwijs techniek aan de school voor bedrijfskunde in Den Helder waarna ik hoofd van de opleiding tamboers en pijpers werd. Ook werd ik belast met het schrijven van choreografieën t.b.v. de marinierskapel en tamboers en pijpers en later ook voor de Koninklijke Militairekapel en het Fanfarekorps der genie. In 1986 werd ik benoemd tot Hoofd van het Korps Tamboers en Pijpers en oefende die functie uit tot 1989 waarna ik benoemd werd tot Luitenant ter zee van vakdiensten der mariniers.
Naast mijn werkzaamheden voor de krijsmacht was ik verbonden aan de Chr. Muziekvereniging Kunst en Genoegen Leiden waarmee ik op gebied van Mars en Show 7 wereldtitels won op het Wereld Muziek Concours te Kerkrade wat om de 4 jaar wordt gehouden.  

1e foto van toen nog het trompetterkors Kon.Harm Ons Genoegen  op de trappen van het oude stadhuis te Vlissingen.

 Naast Kunst en Genoegen Leiden was ik ook als instructeur verbonden aan de Rijnmondband  Schiedam en Euroband Rotterdam.

Gedurende 25 jaar was ik als bestuurslid en voorzitter van de vakgroep instructeurs van de Bond van Orkestdirigenten verbonden geweest. Na het samenvoegen van Instructeurs en Dirigenten, werd ik benoemd tot vicevoorzitter.
Tot 2015 was ik actief als Jurylid voor mars en showwedstrijden, en had zitting in verschillende adviescommissies en werd vaak uitgenodigd voor lezingen en clinics. 
Tot slot beklede ik verschillende functie op maatschappelijk en cultureel gebied.

Vanaf 1 januari 1988 tot september 2013 was ik verbonden aan de Douaneharmonie Nederland in de functie van Choreograaf.

                   Onderscheidingen en erelidmaatschappen

  •      1965  Blijk van waardering voor de wijze waarop hij leiding heeft gegeven aan het Tamboerkorpsvan de Koninklijke marine te Vlissingen, en waarbij voorkomende gelegenheid op waardige wijze de naam van de  Koninklijke marine wordt hooggehouden.

  •      1968 Tevredenheids betuiging wegens het vaak onder moeilijke omstandigheden, met grote energie, doorzettingsvermogen en enthousiasme in standhouden van het door hem in 1963 geformeerde tamboerkorps van het   wachtschip Vlissingen, alsmede wegens het samenstellen van een handleiding voor hoornblazer.

  •      1978  Tevredenheids betuiging  wegens de bijzondere loffelijke wijze waarop en de buitengewone toewijding 
    waarmee hij  zich heeft ingezet om tijdens de Nationale Taptoe Breda 1978 de show van de marinierskapel der Koninklijke marine  
    samen met de  tamboers en pijpers alsmede fakkeldragers van het korps mariniers tot een 
    klinkend succes te maken en  zodoende de goede naam van de Koninklijk marine deze manifestatie hoog te houden.

  •      1977  Benoeming  tot Erelid van de Koninklijke Harmonie Ons Genoegen te Vlissingen 

  •      1989  Onderscheiden met de Eremedaille van de Orde van Oranje Nassau in goud met de
    zwaarden

  •       2005  Tijdens zijn afscheid van KenG Leiden, onderscheiden met het Kruis van verdienste van de Confederation  
     
    International Music  Society  (CISM) voor zijn verdienste op internationaal niveau, in het bijzonder op gebied voor de ontwijking van marching en showbands.

  •      2006 Benoeming tot Erelid van de Bond van Orkestdirigenten

  • 2013 Benoeming tot Erelid van de Douaneharmonie Nederland

  • 2015 Tijdens het concert van Brassband Exelsior te Kloetinge, onderscheiden met de gouden spelt met steentje voor 60 jaar lidmaatschap KNMO